De fundamenten van de jeugdwerking zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

  • De jeugdwerking houdt rekening met de specifieke noden van elke ontwikkelingsfase waarin de jongere zich bevindt. Deze fasen zijn uitgewerkt in de technische leerlijn van Mardavo.
  • Vanaf de U9 maken kinderen op een speelse manier kennis met volleybal. In de categorieën U11 en U13 ligt de nadruk op training en het spelenderwijs aanleren van de verschillende volleybaltechnieken, waarbij variatie in oefeningen essentieel is. Vanaf U15 en U17 verschuift de focus geleidelijk naar competitie.
  • Binnen de opleiding krijgt elke speelster gelijke aandacht, ongeacht talentniveau, zowel tijdens trainingen als wedstrijden.
  • Specialisatie wordt zo lang mogelijk uitgesteld. Doorgedreven specialisatie vindt pas plaats vanaf U15 en/of U17, waarbij differentiatie behouden blijft.
  • Volleybal is en blijft een ploegsport op alle niveaus. Dit impliceert een volledige inzet voor het team. Het gekozen spelniveau brengt een bepaald engagement met zich mee: hoe hoger het niveau, hoe groter het engagement dat verwacht wordt.
  • Vooruitgang vereist een juiste ingesteldheid, waaronder:
    • het besef dat technieken enkel via intensief oefenen verworven worden;
    • doorzettingsvermogen na minder geslaagde oefeningen;
    • openheid voor feedback van trainers als leermiddel;
    • het beschouwen van tegenslagen als motivatie om te verbeteren;
    • het actief verwerken van ontvangen feedback.
  • Sportiviteit vormt een essentiële waarde, gebaseerd op respect en een positieve houding. Het opleiden van kwalitatieve volleybalspeelsters vereist een maximale aanwezigheid op trainingen en wedstrijden.
  • De club verwacht engagement van speelsters in extra-sportieve activiteiten, met respect voor school en gezin.
  • De club streeft ernaar om, voornamelijk met eigen opgeleide speelsters, op een zo hoog mogelijk competitief niveau te presteren.
  • Daarnaast zet de club in op een actief vrijwilligersbeleid, met betrokkenheid van speelsters, ouders en trainers.
  • Tot slot wordt een gezond financieel beleid nagestreefd.